Home
Home


Home
Home
Home

Protestantse gemeente
Hoek van Holland


Geloven doe je Samen

Welkom!


Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan

bij Organisatie.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding

die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want Geloven doe je Samen.

Actueel

kerkdiensten


zondagsbrief


liturgie


agenda


samenloop

Over ons
contact


visie


organisatie

Geven

Anbi

Geloof

informatie

Overige info

KERKZOEKER


Nieuws


Archief


foto/film

Dorpskerk

Komende diensten

                        
zondag 24 juni   14.00 uur      Intrede dienst ds. D. van Duijvenbode, ds M Treuren
zondag 01 juli    10.00 uur      ds. D. van Duijvenbode    
zondag 08 juli    10.00 uur      ds. D. van Duijvenbode 

De eerste brief aan de Tessalonicenzen


11Van ​Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan de ​gemeente​ in ​Tessalonica, die toebehoort aan God, de Vader, en de ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus. ​Genade​ zij u en ​vrede.


2Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze ​gebeden​ 3en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw ​liefde​ is en hoe standvastig u blijft hopen op de komst van ​Jezus​ ​Christus, onze ​Heer. 4God heeft u lief, broeders en zusters. Wij weten dat hij u heeft ​uitgekozen: 5onze verkondiging aan u overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de overweldigende kracht van de ​heilige​ Geest. U weet hoeveel we voor u hebben betekend toen we in uw midden waren. 6U hebt ons nagevolgd, en daarmee de ​Heer: onder zware beproevingen hebt u het woord ontvangen met de vreugde van de ​heilige​ Geest. 7Zo bent u een voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje geworden. 8Want het woord van de ​Heer​ heeft zich vanuit uw ​gemeente​ niet alleen in Macedonië en Achaje verspreid, uw geloof in God vindt ook weerklank buiten die gebieden. Wij hoeven daarover niets te vertellen; 9iedereen praat erover hoe wij door u zijn ontvangen en hoe u zich van de ​afgoden​ hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God, te dienen 10en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: ​Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.


Bezoek aan Tessalonica

21U weet zelf, broeders en zusters, dat ons bezoek aan u niet tevergeefs is geweest. 2Ondanks de mishandelingen en beledigingen die wij, zoals u bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in vertrouwen op onze God de moed u bekend te maken met zijn ​evangelie. Daarvoor hebben we ons tot het uiterste ingespannen. 3Onze oproep berust niet op een dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. 4Wij spreken alleen omdat God ons daartoe waardig heeft gekeurd en ons het ​evangelie​ heeft toevertrouwd – niet om mensen te behagen, maar God, die de mensen doorgrondt. 5U weet dat we u nooit naar de mond hebben gepraat en dat onze woorden nooit een dekmantel voor hebzucht waren. God is onze getuige. 6We hebben ook niet geprobeerd de ​gunst​ van mensen af te dwingen, niet bij u en niet bij anderen. 7Hoewel we ons als ​apostelen​ van ​Christus​ hadden kunnen laten gelden, zijn we u tegemoet getreden met de tederheid van een voedster die haar ​kinderen​ koestert. 8In die gezindheid, vol ​liefde​ voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods ​evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden. 9U herinnert u, broeders en zusters, hoe we ons hebben ingezet en ingespannen, hoe we dag en nacht hebben gewerkt om niemand van u tot last te zijn. Op die manier hebben we u het ​evangelie​ van God verkondigd. 10U kunt getuigen, en God zelf, hoe toegewijd, hoe oprecht en zuiver we bij u, die tot geloof gekomen bent, hebben geleefd. 11U weet dat we voor ieder van u waren als een vader voor zijn ​kinderen. 12We hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het ​hart​ gedrukt zo te leven dat u God eer bewijst. Hij roept u tot zijn koninkrijk en luister.


13Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft. 14Het is u vergaan, broeders en zusters, als Gods ​gemeenten​ in Judea die ​Christus​ ​Jezus​ toebehoren. U hebt even zwaar onder uw stadsgenoten geleden als zij onder de ​Joden. 15Die hebben de ​Heer​ ​Jezus​ en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd. Ze mishagen God en zijn alle mensen vijandig gezind, 16omdat ze ons beletten andere volken bekend te maken hoe ze kunnen worden gered. De maat van hun ​zonden​ raakt nu vol, en Gods veroordeling is ten volle over hen gekomen.


17Broeders en zusters, nu wij voor korte tijd van u gescheiden zijn bent u weliswaar uit het oog, maar daarom nog niet uit het ​hart, en omdat we zo naar u verlangden hebben we ons alle moeite gegeven u te zien. 18We stonden dan ook meer dan eens op het punt naar u toe te komen – ik, ​Paulus, niet in de laatste plaats –, maar ​Satan​ heeft het ons belet. 19Want wie is onze hoop en vreugde? Wie is onze erekrans wanneer we voor ​Jezus, onze ​Heer, staan bij zijn komst? Wie anders dan u? 20Ja, u bent onze eer en vreugde.


31-2Omdat we het niet langer uithielden, besloten we Timoteüs naar u toe te sturen, onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. Zelf bleven we in Athene achter. Timoteüs moest u sterken en aanmoedigen in uw geloof, 3zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt. U weet tenslotte zelf dat wij die moeten ondergaan. 4Toen we bij u waren, hebben we u al gezegd dat ons tegenspoed te wachten stond; die is dan ook gekomen, zoals u ondervonden hebt. 5Ik heb Timoteüs dus gestuurd omdat ik het niet langer kon uithouden. Ik wilde weten of uw geloof standhield, want ik was bang dat de verleider u had verleid en onze inspanningen voor niets waren geweest.


6Maar nu is Timoteüs teruggekomen met het goede bericht over uw geloof en ​liefde. Hij heeft ons bovendien verteld hoezeer u ons altijd als voorbeeld neemt en hoe u er even vurig naar verlangt ons te zien als wij u. 7Daardoor, broeders en zusters, zijn we over u gerustgesteld. In al onze nood en ellende voelen we ons gesterkt door uw geloof, 8want nu opnieuw blijkt dat de ​Heer​ uw fundament is, leven we weer op. 9Kunnen we God ooit genoeg voor u danken? Kunnen we hem ooit genoeg danken voor de vreugde die hij ons met u geschonken heeft? 10Wij ​bidden​ dag en nacht met volle overgave dat we u weer zullen zien en kunnen aanvullen wat er nog aan uw geloof ontbreekt. 11Mogen God, onze Vader, en onze ​Heer​ ​Jezus​ ons pad naar u leiden. 12Moge de ​Heer​ uw ​liefde​ voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw ​liefde​ even overvloedig wordt als onze ​liefde​ voor u. 13Moge de ​Heer​ u door die ​liefde​ kracht geven, zodat u zuiver en ​heilig​ voor onze God en Vader zult staan wanneer onze ​Heer​ ​Jezus​ komt met al de zijnen. ​Amen.


Aansporingen

41Broeders en zusters, in naam van de ​Heer​ ​Jezus​ vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd, dus zo dat het God behaagt. U doet dat al, maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen. 2U kent de voorschriften die wij u op gezag van de ​Heer​ ​Jezus​ hebben gegeven. 3Het is de wil van God dat u een ​heilig​ leven leidt: dat u zich onthoudt van ontucht, 4dat ieder van u zijn lichaam heiligt en in eerbaarheid weet te beheersen 5en dat u niet zoals de ongelovigen, die God niet kennen, toegeeft aan uw hartstocht en begeerte. 6Schaad of bedrieg uw broeder of zuster in dit opzicht niet, want de ​Heer​ vergeldt dit alles, zoals wij u vroeger al nadrukkelijk hebben voorgehouden. 7God heeft ons niet geroepen tot zedeloosheid, maar tot een ​heilig​ leven. 8Dus wie deze voorschriften verwerpt, verwerpt niet een mens, maar God, die u zijn ​heilige​ Geest​ geeft.


9Over de onderlinge ​liefde​ hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in ​liefde​ met elkaar moet omgaan. 10U doet dat al met alle gelovigen in heel Macedonië, maar, broeders en zusters, wij sporen u aan het nog veel meer te doen 11en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen. Dat hebben wij u opgedragen, 12opdat u een eerzaam leven zult leiden in de ogen van hen die niet tot de ​gemeente​ behoren, en u van niemand afhankelijk bent.


13Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. 14Want als wij geloven dat ​Jezus​ is gestorven en is ​opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door ​Jezus​ de doden naar zich toe zal leiden, samen met ​Jezus​ zelf. 15Wij zeggen u met een woord van de ​Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de ​Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. 16Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de ​Heer​ zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die ​Christus​ toebehoren opstaan, 17en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de ​Heer​ tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn. 18Troost elkaar met deze woorden.


51Broeders en zusters, ik hoef u niet te schrijven over het moment waarop dit zal gebeuren, 2want u weet zelf maar al te goed dat de ​dag van de ​Heer​ komt als een ​dief​ in de nacht. 3Als de mensen zeggen dat er ​vrede​ en ​veiligheid​ is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. 4Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de ​dag van de ​Heer​ u zou kunnen overvallen als een ​dief, 5want u bent allen ​kinderen​ van het licht​ en van de dag. Wij behoren niet toe aan de nacht en de duisternis, 6dus laten we niet slapen, zoals anderen, maar waken en op onze hoede zijn. 7Wie slaapt, slaapt ’s nachts, en wie zich bedrinkt, is ’s nachts dronken; 8maar laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het ​harnas​ van geloof en ​liefde, en getooid met de ​helm​ van de hoop op redding. 9Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus. 10Hij is voor ons gestorven opdat wij, of we nu op aarde zijn of gestorven zijn, samen met hem zullen leven. 11Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.


12Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de ​Heer​ ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen. 13U moet hun om hun werk veel ​liefde​ en respect betonen. Leef in ​vrede​ met elkaar. 14Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben. 15Zie erop toe dat niemand kwaad met kwaad vergeldt en streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander. 16Wees altijd verheugd, 17bid​ onophoudelijk, 18dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met ​Christus​ ​Jezus, verlangt. 19Doof de Geest niet uit 20en veracht de profetieën niet die hij u ingeeft. 21Onderzoek alles, behoud het goede 22en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet. 23Moge de God van de ​vrede​ zelf uw leven in alle opzichten ​heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus. 24Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand.


25Broeders en zusters, ​bid​ ook voor ons 26en groet elkaar met een ​heilige​ kus. 27In de naam van de ​Heer​ verzoek ik u dringend deze brief voor te lezen aan alle broeders en zusters. 28De ​genade​ van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ zij met u.