Home
Home


Home
Home
Home

Protestantse gemeente
Hoek van Holland


Geloven doe je Samen

Welkom!


Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan

bij Organisatie.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding

die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want Geloven doe je Samen.

Actueel

kerkdiensten


zondagsbrief


liturgie


agenda


samenloop

Over ons
contact


visie


organisatie

Geven

Anbi

Geloof

informatie

Overige info

KERKZOEKER


Nieuws


Archief


foto/film

Dorpskerk

Komende diensten

                        


zondag 23 sep   10.00 uur      ds. D. van Duijvenbode                Oecumenische dienst
zondag 30 sep   10.00 uur      ds. D. van Duijvenbode                Startzondag

Openbaring van Johannes 3,4 en 5


3 1Schrijf aan de ​engel​ van de ​gemeente​ in Sardes:


“Dit zegt hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft: Ik weet wat u doet; overal wordt beweerd dat u het leven hebt, terwijl u dood bent. 2Word wakker, versterk uw laatste krachten: u bent op sterven na dood. Want ik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods ogen. 3Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom ik onverwacht als een ​dief, op een tijdstip dat u niet kent. 4Maar enkelen in Sardes hebben hun ​kleren​ schoon gehouden. Zij zullen bij me zijn, in het wit gekleed, want ze verdienen het.


5Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het ​boek​ van het leven schrappen, maar juist voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn ​engelen. 6Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt.”


7Schrijf aan de ​engel​ van de ​gemeente​ in Filadelfia:


“Dit zegt hij die ​heilig​ en betrouwbaar is, die de sleutel van ​David​ heeft – wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit, kan niemand openen: 8Ik weet wat u doet. Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten. Want ook al hebt u weinig invloed, u bent trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en hebt mijn naam niet verloochend. 9Ik zal mensen laten komen die bij ​Satan​ horen, leugenaars die zich ​Joden​ noemen en het niet zijn; zij zullen zich eerbiedig aan uw voeten neerwerpen en erkennen dat ik u heb liefgehad. 10Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld. 11Ik kom spoedig. Houd vast aan wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans kunnen afnemen.


12Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam. 13Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt.”


14Schrijf aan de ​engel​ van de ​gemeente​ in ​Laodicea:


“Dit zegt ​Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: 15Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! 16Maar nu u ​lauw​ bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. 17U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, ​blind​ en naakt. 18Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte ​kleren​ om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; ​zalf​ voor uw ogen, zodat u weer kunt zien. 19Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt. 20Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.


21Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. 22Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt.”’


Aanbidding van God en van het lam

4 1Hierna had ik een ​visioen. Er stond een deur open in de hemel. De stem die me eerder had toegesproken met het geluid van een bazuin, zei nu: ‘Kom hierboven, dan laat ik je zien wat er hierna gebeuren moet.’ 2Op hetzelfde moment raakte ik in ​vervoering. Er stond een troon in de hemel en daarop zat iemand. 3Degene die daar zat had een uiterlijk als van ​jaspis​ en ​sarder, en rond de troon was een regenboog die eruitzag als ​smaragd. 4Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte ​kleren​ en hadden een gouden krans op hun hoofd. 5Van de troon gingen bliksemschichten uit en donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. 6Ook lag er voor de troon iets als een zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog waren. 7Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek een vliegende adelaar. 8Elk van de vier wezens had zes vleugels, met overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, ​heilig, ​heilig​ is God, de ​Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’ 9Telkens als deze wezens lof, eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid leeft, 10werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden: 11‘U komt alle lof, eer en macht toe, ​Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’


5 1Toen zag ik dit: degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een ​boekrol​ die aan beide kanten beschreven was en met zeven ​zegels​ was ​verzegeld. 2Ik zag een machtige ​engel​ die met luide stem uitriep: ‘Wie komt het toe de ​zegels​ te verbreken en de ​boekrol​ te openen?’ 3Maar er was niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde die de ​boekrol​ kon openen en inzien. 4Het deed me veel verdriet dat blijkbaar niemand het verdiende om de ​boekrol​ te openen en hem in te zien. 5Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Wees niet verdrietig. Want de leeuw uit de ​stam Juda, de telg van ​David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag hij de ​boekrol​ met de zeven ​zegels​ openen.’ 6Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd. 7Het lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de ​boekrol​ uit zijn rechterhand. 8Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een ​lier​ en een gouden schaal vol ​wierook; dat zijn de ​gebeden​ van de ​heiligen. 9En ze zetten een nieuw ​lied​ in:


‘U verdient het om de ​boekrol​ te ontvangen en zijn ​zegels​ te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht - uit alle landen en volken, van elke ​stam​ en taal. 10U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot ​priesters​ gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’


11Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal ​engelen​ rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden. 12Met luide stem riepen ze: ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’ 13Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ 14De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.