Start

Start

Start
Start

Start
Start

ANBI

Dorpskerk

Welkom!

Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan
bij Organisatie / Sectie-indeling.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding
die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want
Geloven doe je Samen.

Handelingen 13 en 14


Uitzending van ​Barnabas​ en ​Saulus: de eerste reis

1Er waren in de ​gemeente​ van ​Antiochië​ profeten en leraren, onder wie ​Barnabas, Simeon die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een jeugdvriend van de ​tetrarch​ ​Herodes, en ​Saulus. 2Op een dag, toen ze aan het ​vasten​ waren en een gebedsdienst hielden voor de ​Heer, zei de ​heilige​ Geest​ tegen hen: ‘Stel mij ​Barnabas​ en ​Saulus​ ter beschikking voor de taak die ik hun heb toebedeeld.’ 3Nadat ze ​gevast​ en ​gebeden​ hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken.

4Zo werden ​Barnabas​ en ​Saulus​ uitgezonden door de ​heilige​ Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per ​schip​ naar Cyprus, 5waar ze aankwamen in ​Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de ​synagogen​ van de ​Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen. 6Ze reisden het hele eiland rond tot ze in ​Pafos​ kwamen, waar ze een Joodse ​magiër​ aantroffen, een valse ​profeet​ die Barjesus heette 7en tot het gevolg behoorde van Sergius ​Paulus, de ​proconsul. Sergius ​Paulus, een verstandig man, liet ​Barnabas​ en ​Saulus​ bij zich komen omdat hij meer wilde horen over het woord van God. 8Maar Elymas, zoals Barjesus ook wel werd genoemd – want Elymas betekent ‘magiër’ –, stelde zich tegen hen teweer en probeerde de ​proconsul​ van het geloof af te houden. 9Daarop keek ​Saulus​ (die ook bekendstond als ​Paulus) hem strak aan, en vervuld van de ​heilige​ Geest​ 10zei hij: ‘U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een ​kind​ van de ​duivel​ en een vijand van elke vorm van ​gerechtigheid. Hoe durft u de rechte ​wegen​ van de ​Heer​ te veranderen in kronkelpaden? 11Let op: de hand van de ​Heer​ zal u treffen, u zult ​blind​ zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien.’ Onmiddellijk werd alles donker om hem heen, zodat hij tastend zijn ​weg​ moest zoeken en anderen moest vragen of ze hem wilden leiden. 12Toen de ​proconsul​ dit zag, aanvaardde hij het geloof, diep onder de indruk als hij was van wat hij over de ​Heer​ had geleerd.

Paulus​ en ​Barnabas​ in ​Antiochië​ in Pisidië

13Paulus​ en zijn reisgenoten ​scheepten​ zich in ​Pafos​ in om naar ​Perge​ in Pamfylië te ​reizen. Daar verliet Johannes de beide anderen en keerde terug naar Jeruzalem. 14Paulus​ en ​Barnabas​ trokken van ​Perge​ verder naar ​Antiochië​ in Pisidië. Daar aangekomen gingen ze op ​sabbat​ naar de ​synagoge​ en namen er plaats. 15Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten werd hun namens de leiders van de ​synagoge​ gezegd: ‘Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga dan uw gang.’ 16Paulus​ stond op, gebaarde om stilte en zei: ‘Israëlieten en alle anderen die God vereren, luister naar wat ik u te zeggen heb. 17De God van het volk van Israël heeft onze voorouders uitverkozen; hij heeft hen, toen ze als ​vreemdelingen​ in Egypte woonden, groot en machtig gemaakt. Met opgeheven arm heeft hij onze voorouders weggeleid uit Egypte, 18en ongeveer veertig jaar lang heeft hij hen in de woestijn geduldig verdragen. 19In Kanaän onderwierp hij zeven volken, en hun land gaf hij in bezit aan onze voorouders. 20Dit alles vond plaats in ongeveer vierhonderdvijftig jaar. Vervolgens stelde hij rechters aan, die heersten tot de tijd van de ​profeet​ ​Samuel. 21Daarna vroeg het volk om een koning, en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de ​stam Benjamin, die veertig jaar regeerde. 22Toen stootte God hem van de troon en maakte ​David​ koning, van wie hij getuigde: “In ​David, de zoon van Isaï, heb ik een man naar mijn ​hart​ gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.” 23En uit ​Davids​ nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, ​Jezus. 24Voor zijn komst had Johannes het hele volk van Israël opgeroepen om zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen. 25Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn ​sandalen​ los te maken.”

26Broeders en zusters, nakomelingen van ​Abraham​ en alle anderen die God vereren, ons werd het nieuws over deze redding bekendgemaakt. 27De inwoners van Jeruzalem en hun leiders hebben niet alleen ​Jezus​ miskend, maar ook de uitspraken van de profeten die elke ​sabbat​ worden voorgelezen. Door ​Jezus​ te veroordelen hebben ze deze uitspraken in vervulling doen gaan. 28Ofschoon ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij ​Pilatus​ op aan hem terecht te stellen. 29Toen ze alles ten uitvoer hadden gebracht wat er over hem geschreven staat, haalden ze hem van het kruishout en legden hem in een ​graf. 30Maar God heeft hem ​opgewekt​ uit de dood; 31gedurende ettelijke dagen is hij verschenen aan degenen die met hem van Galilea naar Jeruzalem waren getrokken en die nu onder het volk van hem getuigen. 32Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders 33in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun ​kinderen​ – ten behoeve van ons – doordat hij ​Jezus​ tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

34Dat hij ​Jezus​ uit de dood heeft doen opstaan en hem niet weer aan de ontbinding zal prijsgeven, heeft hij aangekondigd met deze woorden: “Ik zal jullie schenken wat ik ​David​ plechtig beloofd heb.” 35In verband hiermee wordt in een andere psalm gezegd: “Het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.” 36Wat ​David​ betreft, hij is, nadat hij de mensen uit zijn eigen tijd had gediend, overeenkomstig Gods wil gestorven en met zijn voorouders verenigd; hij is tot ontbinding overgegaan, 37maar hij die door God tot leven is gewekt, is niet tot ontbinding overgegaan. 38U moet dus weten, broeders en zusters, dat het dankzij hem is dat aan u de ​vergeving​ van de ​zonden​ verkondigd wordt; iedereen die op grond van de wet van ​Mozes​ geen vrijspraak kon krijgen, 39wordt door hem geheel vrijgesproken, mits hij gelooft. 40Zorg daarom dat op u niet van toepassing wordt wat door de profeten is gezegd: 41“Kijk, spotters, sta verbaasd en ga te gronde, want ik zal in jullie tijd een daad stellen, iets dat je niet zult geloven als het je wordt verteld.”’

42Toen ​Paulus​ en ​Barnabas​ de ​synagoge​ verlieten, kregen ze het verzoek om de volgende ​sabbat​ opnieuw over dit onderwerp te spreken. 43Na afloop van de samenkomst liep een groot deel van de ​Joden​ en de vrome ​proselieten​ met ​Paulus​ en ​Barnabas​ mee, die hen toespraken en hen aanspoorden zich over te geven aan de ​goedgunstigheid​ van God.

44De volgende ​sabbat​ kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van de ​Heer​ te luisteren. 45Bij het zien van de mensenmenigte werden de Joodse leiders jaloers en begonnen ze de woorden van ​Paulus​ op godslasterlijke wijze verdacht te maken. 46Maar ​Paulus​ en ​Barnabas​ zeiden onomwonden: ‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden. 47Want de ​Heer​ heeft ons het volgende opgedragen: “Ik heb je bestemd tot een licht voor alle volken om redding te brengen, tot aan de uiteinden van de aarde.”’

48Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich en spraken ze vol lof over het woord van de ​Heer, en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof. 49Het woord van de ​Heer​ verspreidde zich over de hele streek.

50De ​Joden​ hitsten echter de vrome vrouwen uit de hogere kringen op, evenals de vooraanstaande burgers van de stad, en wisten hen zover te krijgen dat ze zich tegen ​Paulus​ en ​Barnabas​ keerden, zodat die uit het gebied werden verdreven. 51Maar zij schudden het stof van hun voeten omdat ze niets meer met hen te maken wilden hebben en vertrokken naar ​Ikonium. 52De achterblijvende ​leerlingen​ waren vervuld van vreugde en van de ​heilige​ Geest.


Paulus​ en ​Barnabas​ in Ikonium

1Ook in Ikonium bezochten ze de ​synagoge​ van de ​Joden, en ook daar werd een groot aantal mensen, ​Joden​ zowel als Grieken, door hun verkondiging tot geloof gebracht. 2Maar er waren ook ​Joden​ die niets van hun boodschap wilden weten, en dezen deden hun best om bij de heidenen een vijandige stemming jegens de gelovigen te kweken. 3Paulus​ en ​Barnabas​ bleven geruime tijd in de stad en spraken vrijmoedig over Gods woord, vol vertrouwen in de ​Heer, die de verkondiging van zijn ​genade​ kracht bijzette door hen tekenen en wonderen te laten verrichten. 4Er ontstond echter verdeeldheid onder de inwoners van de stad, van wie sommigen partij kozen voor de ​Joden​ en anderen voor de ​apostelen. 5Toen ​Paulus​ en ​Barnabas​ merkten dat heidenen en ​Joden​ samen met hun leiders op het punt stonden om geweld te gebruiken en hen wilden ​stenigen, 6-7vluchtten ze naar een ander deel van Lykaonië, waar ze onder meer in de steden Lystra en Derbe het ​evangelie​ verkondigden.

Paulus​ en ​Barnabas​ in Lystra

8In Lystra zat een man op straat die geen kracht in zijn voeten had; hij was al sinds zijn geboorte verlamd en had nooit kunnen lopen. 9Toen deze man naar een toespraak van ​Paulus​ luisterde, keek ​Paulus​ hem strak aan en zag dat hij geloofde dat hij genezen kon worden. 10Daarom riep hij hem toe: ‘Kom overeind en ga op uw benen staan!’ De man sprong op en begon te lopen. 11Toen de mensen zagen wat ​Paulus​ had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De ​goden​ zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’ 12Ze noemden ​Barnabas​ ​Zeus​ en ​Paulus​ ​Hermes, omdat hij de woordvoerder was. 13De ​priester​ van ​Zeus, wiens tempel vlak buiten de stad lag, bracht met bloemenkransen getooide stieren naar de ​stadspoort, die hij en het volk wilden offeren. 14Maar toen de ​apostelen​ ​Barnabas​ en ​Paulus​ merkten wat de bedoeling was, ​scheurden​ ze van ontzetting hun ​kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen: 15‘Wat doet u toch? Wij zijn mensen, net als u. Onze boodschap is nu juist dat u geen ​afgoden​ moet vereren, maar de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft. 16Hij heeft in het verleden alle volken hun eigen weg laten gaan, 17maar heeft toch blijk gegeven van zijn goedheid: vanuit de hemel heeft hij u regen geschonken en vruchtbare seizoenen, hij heeft u overvloedig te eten gegeven en u zodoende vreugde gebracht.’ 18Door deze woorden slaagden ze er met moeite in de mensenmenigte ervan te weerhouden om aan hen een offer te brengen.

19Na verloop van tijd kwamen er echter ​Joden​ uit Antiochië en Ikonium die de mensen ompraatten. Ze stenigden ​Paulus​ en sleepten hem vervolgens de stad uit, in de veronderstelling dat hij dood was. 20Maar toen de ​leerlingen​ om hem heen waren gaan staan, kwam hij overeind en ging de stad weer in. De volgende dag vertrok hij met ​Barnabas​ naar Derbe.

Terugreis naar Antiochië in Syrië

21In Derbe verkondigden ​Paulus​ en ​Barnabas​ het ​evangelie​ en ze maakten er veel ​leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië. 22Ze bemoedigden de ​leerlingen​ en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het ​koninkrijk van God​ binnen kunnen gaan’. 23In elke ​gemeente​ stelden ze oudsten aan, en na ​gevast​ en ​gebeden​ te hebben bevalen ze hen aan bij de ​Heer, in wie ze hun vertrouwen hadden gesteld. 24Na hun ​reis​ door Pisidië kwamen ze in Pamfylië, 25waar ze in ​Perge​ Gods boodschap verkondigden. Vervolgens reisden ze verder naar ​Attalia. 26Van daar gingen ze per ​schip​ naar Antiochië, de stad waar ze aan Gods ​genade​ waren toevertrouwd toen hun de taak was opgelegd die ze nu hadden volbracht. 27Daar aangekomen riepen ze de ​gemeente​ bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe hij voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend. 28Ze bleven nog geruime tijd bij de ​leerlingen.

Komende diensten

zondag   16 juli  10.00 uur      ds. G. van Doornik, Maassluis

zondag   23 juli  10.00 uur      ds. J.C. Buurmeester uit Vlaardingen
zondag   23 juli  10.00 uur      ds.  P. Schelling uit Monster

Geloven
        doe je
              samen

Nieuws

Contact

Over ons

Geloof

Kerkdiensten

Zondagsbrief

Vorming en

Toerusting

Liturgie

Organisatie

Samenloop

Foto / Film

Links

Agenda

Archief

Kerkdiensten

ANBI