Start

Start

Start
Start

Start
Start

ANBI

Dorpskerk

Welkom!

Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan
bij Organisatie / Sectie-indeling.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding
die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want
Geloven doe je Samen.

Exodus 10 en 11

1De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Ga naar de ​farao, want ik heb hem en zijn hovelingen zo halsstarrig gemaakt om in Egypte al deze wonderen te kunnen doen. 2Ook wil ik dat jij aan je ​kinderen​ en kleinkinderen kunt vertellen hoe hard ik tegen de Egyptenaren ben opgetreden en welke wonderen ik bij hen heb verricht. Dan zullen jullie inzien dat ik de HEER ben.’ 3Mozes​ en Aäron gingen naar de ​farao​ en zeiden: ‘Dit zegt de HEER, de God van de Hebreeën: Hoe lang blijft u nog weigeren u aan mij te onderwerpen? Laat mijn volk gaan om mij te vereren. 4Weigert u mijn volk te laten gaan, dan stuur ik morgen sprinkhanen op uw rijk af. 5Die zullen het land in zulke dichte zwermen bedekken dat er geen stukje grond meer te zien is. Ze zullen het weinige dat er na de hagel is overgeschoten opvreten en alle bomen die weer uitgelopen zijn kaalvreten. 6Uw paleis en de ​huizen​ van uw hovelingen en van alle andere Egyptenaren zullen er vol mee komen te zitten. Zoiets is op aarde nog nooit voorgevallen, eerdere generaties hebben zoiets nooit meegemaakt.’ Hierna keerde ​Mozes​ zich om en verliet het paleis. 7De hovelingen zeiden tegen de ​farao: ‘Hoe lang moet die man ons nog in de ellende storten? Laat die Israëlieten toch gaan om de HEER, hun God, te vereren. Ziet u dan nog steeds niet in dat Egypte zo te gronde gaat?’ 8Daarop werden ​Mozes​ en Aäron opnieuw bij de ​farao​ gebracht, en nu zei deze: ‘Ga de HEER, jullie God, dan maar vereren. Maar wie gaan er eigenlijk mee?’ 9Mozes​ antwoordde: ‘We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, en we nemen ook onze schapen, ​geiten​ en runderen mee, want we gaan ter ere van de HEER een feest vieren.’ 10‘Ik zou jullie nog eerder de hulp van de HEER toewensen,’ zei de ​farao, ‘dan dat ik jullie met je ​kinderen​ laat gaan! Jullie zijn niet veel goeds van plan. 11Het gebeurt niet! Alleen de mannen mogen gaan om de HEER te vereren. Dat is toch wat jullie wilden?’ En hij liet hen uit het paleis wegjagen.


12Toen zei de HEER tegen ​Mozes: ‘Strek je arm uit over Egypte, dan komen er sprinkhanen, die alle planten zullen opvreten die de hagel heeft overgelaten.’ 13Mozes​ strekte zijn staf uit over Egypte, en toen liet de HEER die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaien. Toen de morgen aanbrak, had de wind de sprinkhanen aangevoerd. 14In grote zwermen streken ze in heel Egypte neer. Nooit eerder was er zo’n sprinkhanenplaag geweest en nooit zal er meer zo’n plaag komen. 15Overal zag de grond zwart van de sprinkhanen. Ze vraten alle planten en vruchten op die de hagel had overgelaten, zodat er nergens in Egypte aan bomen of planten nog iets groens te bekennen viel.


16Haastig ontbood de ​farao​ ​Mozes​ en Aäron. ‘Ik heb gezondigd tegen de HEER, uw God, en tegen u,’ zei hij. 17‘Vergeef​ me mijn ​zonde​ nog deze ene keer en ​bid​ de HEER, uw God, dat hij mij nog van deze ene dodelijke plaag verlost.’ 18Hierop verliet ​Mozes​ het paleis en bad tot de HEER. 19En de HEER liet de wind draaien en aanzwellen tot een krachtige westenwind, die de sprinkhanen de ​Rietzee​ in joeg. In heel Egypte bleef geen sprinkhaan over. 20Maar de HEER zorgde ervoor dat de ​farao​ hardnekkig bleef weigeren de Israëlieten te laten gaan.


21De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Strek je arm uit naar de hemel, dan komt er duisternis over Egypte, een duisternis zo dicht dat ze tastbaar is.’ 22Mozes​ strekte zijn arm uit naar de hemel, en toen was heel Egypte in diepe duisternis gehuld, drie dagen lang. 23Drie dagen lang konden de mensen elkaar niet zien en kon niemand een stap verzetten. Maar waar de Israëlieten woonden was het licht.


24Toen ontbood de ​farao​ ​Mozes​ en zei: ‘Ga de HEER dan maar vereren. Jullie ​kinderen​ mogen mee, maar jullie schapen, ​geiten​ en runderen moeten jullie hier laten.’ 25-26Mozes antwoordde: ‘Zelfs al zou u ons offerdieren ter beschikking stellen, dan nog moet ons eigen vee mee – geen enkel dier mag er achterblijven. Want we moeten de HEER, onze God, een offer brengen van dieren uit onze eigen kudden, en pas als we op de plaats van bestemming zijn, weten we waarmee we hem moeten vereren.’ 27Maar de HEER zorgde ervoor dat de ​farao​ hardnekkig bleef weigeren hen te laten gaan. 28‘Uit mijn ogen!’ beval hij. ‘En waag het niet u nog eens te laten zien. Als u hier nog eens verschijnt, wordt dat uw dood.’ 29‘Zoals u wilt,’ antwoordde ​Mozes, ‘ik zal u niet nog eens onder ogen komen.’


11
1De HEER zei tegen ​Mozes: ‘Ik zal de ​farao​ en Egypte met nog één plaag treffen, daarna zal hij jullie laten gaan. Hij zal jullie zelfs het land uit jagen, niemand uitgezonderd. 2Zeg tegen het volk dat iedereen zilveren en gouden sieraden aan zijn buren moet vragen, de mannen aan hun buurman, de vrouwen aan hun buurvrouw.’ 3De HEER zorgde ervoor dat de Egyptenaren het volk goedgezind waren. ​Mozes​ stond zelfs in hoog aanzien bij de hovelingen en bij het Egyptische volk.


4Toen zei ​Mozes​ tegen de ​farao: ‘Dit zegt de HEER: Tegen middernacht zal ik rondgaan door Egypte, 5en dan zullen alle eerstgeborenen in het land sterven, van de ​eerstgeborene​ van de ​farao, zijn troonopvolger, tot de ​eerstgeborene​ van de ​slavin​ die de ​handmolen​ bedient, en ook al het ​eerstgeboren​ ​vee. 6Overal in Egypte zal luid gejammerd worden, zo luid als men nog nooit heeft gehoord en ook nooit meer horen zal. 7Maar van de Israëlieten zal niemand een haar gekrenkt worden, en ook hun ​vee​ zal niets overkomen. Dat zal u doen beseffen dat de HEER onderscheid maakt tussen Egypte en Israël. 8Al deze hovelingen hier zullen naar mij toe komen en mij op hun knieën smeken om dit land te verlaten en mijn hele volk mee te nemen. En dat zal ik doen ook.’ Hierop verliet ​Mozes​ woedend het paleis.


9De HEER had tegen ​Mozes​ gezegd: ‘De ​farao​ zal niet naar jullie luisteren. Zo kan ik des te meer wonderen in Egypte laten gebeuren.’ 10Al deze wonderen hadden ​Mozes​ en Aäron daarna in het bijzijn van de ​farao​ verricht, en de HEER had ervoor gezorgd dat de ​farao​ hardnekkig bleef weigeren de Israëlieten uit zijn land weg te laten gaan.

Komende diensten

zondag 21 jan    10.00 uur      ds. P. Bakker uit Den Haag
zondag 28 jan    10.00 uur      ds. H.T. Vollebregt uit Den Haag  Heilig Avondmaal
zondag 04 feb    10.00 uur      ds. P.J. van Midden uit Bergambacht

Geloven
        doe je
              samen

Nieuws

Contact

Over ons

Geloof

Kerkdiensten

Zondagsbrief

Vorming en

Toerusting

Liturgie

Organisatie

Samenloop

Foto / Film

Links

Agenda

Archief

Kerkdiensten

ANBI