Home
Home


Home
Home
Home

Protestantse gemeente
Hoek van Holland


Geloven doe je Samen

Welkom!


Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan

bij Organisatie.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding

die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want Geloven doe je Samen.

Actueel

kerkdiensten


zondagsbrief


liturgie


agenda


samenloop

Over ons
contact


visie


organisatie

Geven

Anbi

Geloof

informatie

Overige info

KERKZOEKER


Nieuws


Archief


foto/film

Dorpskerk

Komende diensten                     
              

zondag 24 feb     10.00 uur     ds. C. Schreuder uit Maassluis 
vrijdag 01 mrt     14.00 uur     Wereldgebedsdag Raad van Kerken
zondag 03 mrt    10.00 uur     ds. R.N. Slot – de Haan uit Maasland

Lucas 18 en 19


18 1Hij vertelde hun een ​gelijkenis​ over de noodzaak om altijd te ​bidden​ en niet op te geven: 2‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. 3Er woonde ook een ​weduwe​ in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” 4Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, 5toch zal ik die ​weduwe​ recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’ 6Toen zei de ​Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. 7Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot hem roepen? Of laat hij hen wachten? 8Ik zeg jullie dat hij hun spoedig recht zal verschaffen. Maar als de ​Mensenzoon​ komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’


De erfgenamen van het koninkrijk van God

9Met het oog op sommigen die zichzelf ​rechtvaardig​ vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende ​gelijkenis. 10‘Twee mensen gingen naar de ​tempel​ om te ​bidden, de een was een ​farizeeër​ en de ander een ​tollenaar. 11De ​farizeeër​ stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die ​tollenaar. 12Ik vast​ tweemaal per ​week​ en draag een ​tiende​ van al mijn inkomsten af.” 13De ​tollenaar​ echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar ​genadig.” 14Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die ​rechtvaardig​ is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’


15De mensen probeerden ook kleine ​kinderen​ bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken. Toen de ​leerlingen​ dat zagen, berispten ze hen. 16Maar ​Jezus​ riep de ​kinderen​ bij zich en zei: ‘Laat ze bij me komen, houd ze niet tegen, want het ​koninkrijk van God​ behoort toe aan wie is zoals zij. 17Ik verzeker jullie: wie niet als een ​kind​ openstaat voor het ​koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan!’


18Een hooggeplaatst persoon vroeg hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 19Jezus​ antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, alleen God. 20U kent de geboden: pleeg geen ​overspel, pleeg geen ​moord, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 21De man zei: ‘Aan dat alles heb ik me sinds mijn jeugd gehouden.’ 22Toen ​Jezus​ dat hoorde, zei hij: ‘Nog één ding ontbreekt u. Verkoop alles wat u hebt en verdeel de opbrengst onder de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij!’ 23Toen de man dat hoorde, werd hij diepbedroefd. Hij was namelijk zeer rijk.


24Toen ​Jezus​ zag dat de man zo bedroefd werd, zei hij: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het ​koninkrijk van God​ binnen te gaan. 25Het is gemakkelijker voor een ​kameel​ om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het ​koninkrijk van God​ binnen te gaan.’ 26Daarop zeiden zijn toehoorders: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27Jezus​ zei: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’ 28Toen zei ​Petrus: ‘Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen.’ 29Jezus​ zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of ​kinderen​ heeft achtergelaten omwille van het ​koninkrijk van God, 30zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven.’


Optreden in Jericho

31Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op ​weg​ ​naar ​Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de ​Mensenzoon​ laten ondergaan. 32Want hij zal worden uitgeleverd aan de heidenen en worden bespot en mishandeld en bespuwd. 33En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan.’ 34De ​leerlingen​ begrepen er niets van. De betekenis van ​Jezus’ woorden bleef voor hen verborgen, en ze konden maar niet bevatten wat hij had gezegd.


35Toen hij in de buurt van ​Jericho​ kwam, zat er langs de ​weg​ een blinde te bedelen. 36Toen de blinde een menigte voorbij hoorde komen, vroeg hij wat er gaande was. 37Ze zeiden tegen hem: ‘Jezus​ uit ​Nazaret​ komt voorbij.’ 38Daarop riep de blinde: ‘Jezus, ​Zoon van ​David, heb medelijden met mij!’ 39Degenen die voorop liepen, snauwden hem toe dat hij moest zwijgen, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van ​David, heb medelijden met mij!’ 40Jezus​ bleef staan en zei dat men de blinde bij hem moest brengen. Toen deze voor hem stond, vroeg hij hem: 41‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien.’ 42Jezus​ zei: ‘Zie weer! Uw geloof heeft u gered.’ 43Onmiddellijk kon hij weer zien en hij volgde hem terwijl hij God loofde. Alle mensen die getuige waren geweest van dit voorval brachten hulde aan God.


19 1Jezus​ ging ​Jericho​ in en trok door de stad. 2Er was daar een man die ​Zacheüs​ heette, een rijke ​hoofdtollenaar. 3Hij wilde ​Jezus​ zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. 4Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om ​Jezus​ te kunnen zien wanneer hij voorbijkwam. 5Toen ​Jezus​ daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’ 6Zacheüs​ kwam meteen naar beneden en ontving ​Jezus​ vol vreugde bij zich thuis. 7Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’ 8Maar ​Zacheüs​ was gaan staan en zei tegen de ​Heer: ‘Kijk, ​Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.’ 9Jezus​ zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van ​Abraham. 10De ​Mensenzoon​ is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’


De gelijkenis van de koning en de drachmen

11Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een ​gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij ​Jeruzalem​ was en zij dachten dat het ​koninkrijk van God​ nu spoedig zou aanbreken. 12Hij zei: ‘Een man van voorname afkomst ging op ​reis​ naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. 13Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben.” 14Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man ​koning​ over ons wordt!” 15Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het ​geld​ had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend. 16De eerste kwam en zei: “Heer, uw ​geld​ heeft het tienvoudige opgeleverd.” 17Zijn meester zei: “Voortreffelijk, je bent een goede dienaar. Omdat je betrouwbaar bent geweest in iets zeer gerings verleen ik je het bestuur over tien steden.” 18De tweede kwam zeggen: “Uw ​geld, ​heer, heeft het vijfvoudige opgebracht.” 19Tegen hem zei hij: “Jij krijgt het bestuur over vijf steden.” 20Toen kwam de derde dienaar, die zei: “Heer, hier is uw ​geld, ik heb het in een doek voor u bewaard. 21Ik was bang voor u, omdat u een streng man bent die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid.” 22Zijn meester zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar, met je eigen woorden zal ik je veroordelen! Je wist dat ik een streng man ben en terugvorder wat ik niet heb gestort en oogst wat ik niet heb gezaaid? 23Waarom heb je mijn ​geld​ dan niet bij de bank in bewaring gegeven? Dan had ik het bij mijn terugkeer met ​rente​ kunnen opvorderen.” 24En tegen degenen die erbij stonden zei hij: “Neem hem de honderd drachme af en geef ze aan de knecht die het tienvoudige verworven heeft.” 25Ze zeiden tegen hem: “Heer, hij heeft al het tienvoudige!” 26“Ik zeg jullie: wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen. 27En die vijanden van mij die niet wilden dat ik ​koning​ over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen.”’


28Na deze woorden trok ​Jezus​ verder, op ​weg​ ​naar ​Jeruzalem.


Intocht in Jeruzalem

29Toen hij Betfage en Betanië bij de ​Olijfberg​ naderde, stuurde hij twee van de ​leerlingen​ vooruit 30en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. 31Als iemand jullie vraagt: “Waarom maken jullie het los?” moeten jullie antwoorden: “De ​Heer heeft het nodig.”’ 32De beide ​leerlingen​ gingen op ​weg​ en vonden het veulen, precies zoals ​Jezus​ had gezegd. 33Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken jullie het los?’ 34Ze antwoordden: ‘De ​Heer​ heeft het nodig.’ 35Daarna brachten ze het veulen naar ​Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten ​Jezus​ erop zitten. 36Onderweg spreidden de ​leerlingen​ hun mantels voor hem op de grond uit. 37Toen hij op het punt stond de ​Olijfberg​ af te dalen, begon de hele groep ​leerlingen​ vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. 38Ze riepen: ‘Gezegend hij die komt als ​koning, in de naam van de ​Heer! ​Vrede​ in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ 39Enkele ​farizeeën​ in de menigte zeiden tegen ​Jezus: ‘Meester, berisp uw ​leerlingen.’ 40Maar hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’


41Toen hij ​Jeruzalem​ voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad. 42Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat ​vrede​ kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. 43Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je ​omsingelen​ en je van alle kanten insluiten. 44Ze zullen je met de grond gelijkmaken en je ​kinderen​ verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’


45Hij ging naar de tempel, waar hij de handelaars begon weg te jagen, 46terwijl hij hun toevoegde: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van ​gebed​ zijn,” maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ 47Dagelijks gaf hij onderricht in de tempel. De hogepriesters, de ​schriftgeleerden​ en de leiders van het volk wilden hem uit de weg ruimen, 48maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen.