Home
Home


Home
Home
Home

Protestantse gemeente
Hoek van Holland


Geloven doe je Samen

Welkom!


Welkom op de website van de Protestantse Gemeente te Hoek van Holland. Actuele informatie kunt u vinden onder items: Zondagsbrief, Samenloop (kerkblad), Kerkdiensten enz..    Wilt u weten hoe het pastoraat is verdeeld, kijk dan

bij Organisatie.   Kunt u uw benodigde informatie niet vinden neem dan contact op met de geleding

die u antwoord kan geven via de link Contact.    Graag tot ziens in onze gemeente, want Geloven doe je Samen.

Actueel

kerkdiensten


zondagsbrief


liturgie


agenda


samenloop

Over ons
contact


visie


organisatie

Geven

Anbi

Geloof

informatie

Overige info

KERKZOEKER


Nieuws


Archief


foto/film

Dorpskerk

Komende diensten                     


zondag 27 jan     10.00 uur     ds. Dirk van Duijvenbode                  Heilig Avondmaal
zondag 03 feb     10.00 uur     ds. Dirk van Duijvenbode                 

zondag 10 feb     10.00 uur     ds. Dirk van Duijvenbode 

Lucas 11


Het gebed

11 1Eens was ​Jezus​ aan het ​bidden, en toen hij zijn ​gebed​ beëindigd had, zei een van zijn ​leerlingen​ tegen hem: ‘Heer, leer ons ​bidden, zoals ook Johannes het zijn ​leerlingen​ geleerd heeft.’ 2Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie ​bidden, zeg dan:


“Vader, laat uw naam ​geheiligd​ worden


en laat uw koninkrijk komen.


3Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.


4Vergeef​ ons onze ​zonden,


want ook wijzelf ​vergeven​ iedereen


die ons iets schuldig is.


En breng ons niet in beproeving.”’


5Daarna zei hij tegen hen: ‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, 6want een vriend van me is na een ​reis​ bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” 7En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn ​kinderen​ en ik zijn al naar ​bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” 8Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft. 9Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 10Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. 11Welke vader onder jullie zou zijn ​kind, als het om een ​vis​ vraagt, in plaats van een ​vis​ een slang geven? 12Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? 13Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je ​kinderen​ al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de ​heilige​ Geest​ geven aan wie hem erom vragen.’


Toespraak tot de menigte

14Hij dreef een ​demon​ uit die niet kon spreken. Toen de ​demon​ verdreven was, begon de stomme te spreken en de mensenmenigte stond verbaasd. 15Maar enkelen van hen zeiden: ‘Dankzij ​Beëlzebul, de vorst der demonen, kan hij demonen uitdrijven.’ 16Anderen verlangden van hem een teken uit de hemel om hem op de proef te stellen. 17Maar hij kende hun gedachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en huis na huis stort in. 18Als ook ​Satan​ innerlijk verdeeld is, hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen toch dat ik dankzij ​Beëlzebul​ demonen uitdrijf! 19Als ik inderdaad dankzij ​Beëlzebul​ demonen uitdrijf, door wie drijven jullie eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook jullie rechters zijn! 20Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het ​koninkrijk van God​ bij jullie gekomen. 21Wanneer een sterk, goed bewapend man zijn domein bewaakt, dan zijn zijn bezittingen veilig. 22Maar zo gauw iemand die sterker is hem aanvalt en hem overwint, dan neemt die sterkere hem de ​wapenrusting​ waarop hij vertrouwde af en verdeelt hij de buit. 23Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen.


24Wanneer een ​onreine geest​ iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, zegt hij: “Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb.” 25En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het schoongemaakt is en op orde gebracht. 26Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, slechter dan hijzelf, en ze nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de ​demon​ intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen.’


27Terwijl hij dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem: ‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!’ 28Maar hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.’


29Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei hij: ‘Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van ​Jona. 30Zoals ​Jona​ een teken was voor de inwoners van ​Nineve, zo zal de ​Mensenzoon​ een teken voor deze generatie zijn. 31Op de dag van het oordeel zal de ​koningin​ van het Zuiden samen met de mensen van deze generatie opstaan en hen veroordelen, want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van ​Salomo, en hier zien jullie iemand die meer is dan ​Salomo! 32Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van ​Jona, en hier zien jullie iemand die meer is dan ​Jona!


33Wie een ​lamp​ aansteekt, zet hem niet weg in een donkere nis, maar plaatst hem op de standaard, zodat degenen die binnenkomen het licht kunnen zien. 34Het oog is de ​lamp​ van het lichaam. Als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht. Maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis. 35Let dus op of het licht dat in je is, niet verduisterd is. 36Als je hele lichaam verlicht is, zonder dat ook maar een deel in duisternis verkeert, dan is het zo licht als wanneer een ​lamp​ je met zijn stralen verlicht.’


Confrontatie met farizeeën en schriftgeleerden

37Toen hij uitgesproken was, nodigde een ​farizeeër​ hem uit voor de maaltijd. Hij ging naar binnen en ging aan ​tafel​ ​aanliggen. 38Toen de ​farizeeër​ dat zag, verwonderde hij zich erover dat hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd. 39Maar de ​Heer​ zei tegen hem: ‘Ach, jullie ​farizeeën! De buitenkant van de ​beker​ en de schotel ​reinigen​ jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid. 40Dwazen, heeft hij die de buitenkant gemaakt heeft niet ook de binnenkant gemaakt? 41Geef liever de inhoud van ​beker​ en schotel als ​aalmoes, dan is niets meer ​onrein​ voor jullie! 42Maar wee jullie ​farizeeën, want jullie geven ​tienden​ van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de ​gerechtigheid​ en de ​liefde​ tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. 43Wee jullie ​farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de ​synagoge​ en worden graag begroet op het marktplein. 44Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.’


45Daarop zei een ​wetgeleerde​ tegen hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.’ 46Maar ​Jezus​ zei: ‘Wee ook jullie, ​wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan. 47Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. 48Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! 49Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en ​apostelen​ naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.” 50Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, 51van het bloed van ​Abel​ tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het ​brandofferaltaar​ en het ​heiligdom. Ja, ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! 52Wee jullie ​wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53Toen hij het huis verliet, waren de ​schriftgeleerden​ en de ​farizeeën​ uitzinnig van woede; ze begonnen hem over van alles uit te vragen, 54in een arglistige poging om hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak.